Verhuurders: klaar voor het nieuwe Besluit Servicekosten?
Vanaf 1 juli 2026 verandert het Besluitservicekosten als gevolg van de Wet Modernisering Servicekosten. Deze wijziging heeft directe gevolgen voor de manier waarop verhuurders servicekosten mogen doorberekenen. De overheid scherpt de regels aan om huurders beter te beschermen — en dat vraagt om actie van verhuurders.
Wat betekent dit voor u?
De spelregels worden duidelijker én strenger.
Alleen benoemde kosten tellen nog mee
Servicekosten mogen straks uitsluitend worden doorberekend als ze expliciet in het Besluit zijn opgenomen. Het gebruik van een gemeenschappelijke sportvoorziening valt hierdoor bijvoorbeeld af. Staat een kostenpost er niet in? Dan mag de verhuurder deze niet meer doorbelasten.
De lijst wordt gemoderniseerd. Binnen de categorieën is wat speelruimte. Zo worden roerende zaken in de lijst niet gespecificeerd.
De -nog niet officieel gepubliceerde-lijst van servicekostenposten is als volgt.
- Warmte en koude (inclusief verwarming en koeling van gemeenschappelijke ruimten)
- Elektriciteit, gas en water (voor gemeenschappelijke voorzieningen)
- Roerende zaken (bijvoorbeeld gemeubileerde voorzieningen)
- Kleine herstellingen (voor zover niet voor rekening van de verhuurder)
- Toezicht, beveiliging en vuil (zoals huismeester, schoonmaak, afval)
- Signaallevering (bijvoorbeeld kabel- of internetaansluiting)
- Verzekeringen en fondsvorming (voor gemeenschappelijke voorzieningen)
- Administratiekosten (voor het verwerken en afrekenen van servicekosten)
Over diensten die niet in de lijst staan, kunnen apart afspraken worden gemaakt. Deze mogen alleen niet in het kader vaneen huurovereenkomst aan huurders worden ‘opgedrongen’ en doorberekend.
Het onderscheid tussen nutsvoorzieningen en overige servicekosten wordt afgeschaft.
Hierdoor kan de Huurcommissie het volledige voorschotbedrag toetsen en hoeft deze zich niet te beperken tot de nutsvoorzieningen zoals eerder het geval was.
Fondsvorming beperkt
Het opbouwen van fondsen is toegestaan, maar alleen voor: een ontstoppingsfonds, een glasfonds, een lampenfonds.
Verhuurder hoeft uitgaven niet meer per huurder te specificeren, zolang het fonds correct wordt gebruikt.
Collectief optreden tegen onterechte servicekosten wordt gemakkelijker voor huurders
Verzoeken van huurders aan de Huurcommissie met betrekking tot wooncomplexen kunnen gezamenlijk worden behandeld.
Op tijd jaarafrekening
Het uitblijven van een eindafrekening wordt afgestraft. Wanneer een verhuurder zes maanden na afloop van het boekjaar nog geen onderbouwing van de werkelijk gemaakte servicekosten heeft laten zien, kan de Huurcommissie standaardbedragen voor servicekosten doorberekenen. Die kunnen een stuk lager zijn dan de werkelijke kosten.
Voor welke contracten geldt dit?
Het nieuwe Servicekostenbesluit geldt voor huurovereenkomsten die vanaf 1 juli 2026 worden aangegaan.
Waarom nú voorbereiden?
Verhuurders die hun servicekostenposten 1) niet tijdig beperken tot de posten van de lijst 2) en nieuwehuurovereenkomsten niet voor 1 juli 2026 actualiseren, lopen het risico op discussie met huurders; procedures bij de Huurcommissie en terugbetalingsverplichtingen. Het is dus aan te raden nu al de lijst van servicekosten te controleren en tijdig aan te passen.
Heeft u vragen over het Besluit Servicekosten? Neem gerust contact op met de advocaten van Corten De Geer Vastgoedadvocaten.



