#49 Recente ontwikkelingen in het Huurrecht en de huurmarkt

In deze editie van het Huisvestingsjournaal wordt een aantal recente ontwikkelingen in en rondom het huurrecht besproken. Recente cijfers laten zien dat er steeds meer huurwoningen worden verkocht, omdat na invoering van de nieuwe regelgeving van de afgelopen jaren woningverhuur steeds minder rendabel is. Het kabinet heeft op Prinsjesdag wel enkele nieuwe maatregelen aangekondigd en er wordt gewerkt aan nieuwe wetgeving als aanvulling op de huidige regels.

‍

Toename verkoop huurwoningen

In Nederland worden steeds meer huurwoningen verkocht. In Amsterdam bijvoorbeeld was 9,1% van alle verkochte woningen in de afgelopen twee jaar voorheen een huurwoning. Dit blijkt uit cijfers die in september 2026 door woningplatform Pararius bekend zijn gemaakt. Hiermee is Amsterdam een van de steden waar relatief de meeste huurwoningen de verkoop in gaan. De gemiddelde huurprijs per vierkante meter is in Amsterdam het afgelopen kwartaal weer verder opgelopen naar € 28,56. Daarmee is Amsterdam van alle grote en middelgrote steden de duurste stad voor huurwoningen in de vrije sector. Minder aanbod leidt ook hier dus tot een hogere vraagprijs.

Niet alleen in Amsterdam, maar ook in de rest van Nederland stijgen de huurprijzen. De landelijke gemiddelde prijs per vierkante meter in de vrije sector is in het afgelopen jaar met 4,4% gestegen. Daarnaast zijn afgelopen kwartaal (Q3 van 2026) voor het eerst sinds het eerste kwartaal van 2025, dat de huren in de vrije sector sneller stijgen dan de inflatie.

Uit de cijfers van Pararius volgt verder dat er landelijk ook steeds meer huurwoningen worden verkocht die hiervoor in het duurste segment van de vrije sector werden verhuurd. Het is dus niet zo dat alleen midden huurwoningen worden verkocht. Becijferd is dat 32,7% van de verkochte woningen een huurprijs had van meer dan € 2000,- per maand, terwijl in 2025 slechts 21,3% van de woningen een hogere huurprijs dan € 2.000,- per maand had. Jasper de Groot van Pararius stelt dat deze grote golf van verkoop van huurwoningen (deels) te wijten is aan de hogere box 3-heffing. Nu de belasting stijgt, is voor veel verhuurders ook verhuur in het dure segment niet meer rendabel, aldus De Groot.

‍

Aangekondigde maatregelen Prinsjesdag

Ook het kabinet ziet de problematiek omtrent de huurmarkt. Op Prinsjesdag zijn drie maatregelen aangekondigd om de aanbod kant van de huurmarkt tegemoet te komen. Voor nieuwbouw middenhuur komt vanaf 2029 vijf jaar lang € 100 miljoen aan subsidie beschikbaar, oplopend tot € 10.000,- per woning. De overdrachtsbelasting voor woningen buiten het eigen hoofdverblijf gaat per 1 januari 2027 omlaag van 8 naar 7 procent. En het besluit over box 3 is uitgesteld tot de Voorjaarsnota van 2027.

Concrete veranderingen blijven uit, wat voor beleggers goed nieuws is. Voorspelbaarheid is ook wat onder meer de DNB het kabinet heeft aanbevolen. Maar de op Prinsjesdag aangekondigde maatregelen veranderen nauwelijks iets aan de financiële situatie voor beleggers, ondernemers en particuliere verhuurders. En die financiële situatie is nu juist de reden dat steeds vaker gekozen wordt om huurwoningen te verkopen, zoals Pararius heeft toegelicht. Met de drie aangekondigde maatregelen worden wel stapjes gezet om het aanbod op de huurmarkt te stimuleren. Hoewel de maatregelen positieve aspecten met zich meebrengen, valt er ook het een en ander op af te dingen.

De verlaging van de overdrachtsbelasting is een begin, het is inmiddels de tweede keer in twee jaar tijd dat een verlaging plaatsvindt. Dit is een positief vooruitzicht voor lange termijn beleggers. Maar voor een investering van tien jaar of langer biedt de verlaging nog weinig zekerheid. De objectsubsidie is de eerste bijdrage die het kabinet geeft aan commerciële verhuurders voor woningen die niet rond te rekenen zijn. Met deze steun kunnen commerciële verhuurders onder vergelijkbare voorwaarden investeren als huurcorporaties. De subsidie begint echter pas in 2029 en een eenmalige subsidie van € 10.000,- stelt, afgezet tegen de verkoopwaarde, vaak niet veel voor. Daarnaast bestaat de kans dat de maatregel door een opvolgend kabinet weer wordt ingetrokken of wordt aangepast. Ten slotte wordt met het uitstellen van het besluit over box 3 tot de Voorjaarsnota van 2027 niks concreets bereikt. Een onbekend belastingregime vormt voor beleggers, ondernemers en particulieren een groot probleem. Zeker indien deze voor een lange periode vooruit moeten kijken.

‍

Wijzigingen in de huurcontract-regelgeving – de Wet passende huurcontracten en het Wetsvoorstel hospitaverhuur

Het kabinet is ook bezig met het aanpassen van de geldende huurwetgeving. Onlangs heeft het Wetsvoorstel hospitaverhuur de tweede kamer bereikt en werd het concept Wetsvoorstel passende huurcontracten in internetconsultatie gebracht. Beide ontwikkelingen zullen we hier kort bespreken.

Het Wetsvoorstel hospitaverhuur ligt nu dus voor bij de Tweede Kamer. Kort gezegd zou deze wet hospita’s de mogelijkheid bieden om te kiezen tussen een hospitaovereenkomst voor onbepaalde tijd en een tijdelijke hospitaovereenkomst van maximaal vijf jaar. Aan de hand van internetconsultatie is het oorspronkelijke voorstel enigszins aangepast. Onder meer is er een nieuwe opzeggingsgrond toegevoegd. In het geval dat de hospita zelf huurder is van de woning, kan de hospita de hospitaovereenkomst opzeggen als de hospita zijn eigen huurovereenkomst opzegt indien hij verhuist. Deze opzeggingsgrond zou echter alleen gelden voor hospitaovereenkomsten die na de inwerkingtreding van de wet worden gesloten.

Het concept Wetsvoorstel passende huurcontracten bevat een aantal wijzigingen in de regeling voordoel groepwoningen en short-stay contracten. Bij dienstwoningen op het bedrijfsterrein van de werkgever kan sprake zijn van dringend eigen gebruik als de werknemer uit dienst is en de werkgever de woning nodig heeft voor een andere werknemer. Voor arbeidsmigranten wordt, wanneer de woonruimte aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet, een tijdelijk huurcontract mogelijk. Ook voor studenten wordt de regeling opgerekt. Studenten die al in de studiegemeente wonen, zullen op grond van het wetsvoorstel ook een tijdelijk contract kunnen krijgen. Nu geldt dat alleen nog voor studenten die voorheen in een andere gemeente woonden dan waar de woning wordt gehuurd. Tot slot worden short-stay contracten tot maximaal 30 nachten beperkt. Nachten die de huurder in hetzelfde gebouw, maar in een andere woonruimte, doorbrengt, zullen ook meetellen. Geldt de huur  voor meer dan 30 nachten, dan zou de huur vanaf dat moment voor onbepaalde tijd gelden.

We zullen u op de hoogte houden van ontwikkelingen in de wetgeving. Houd daarvoor het Huisvestingsjournaal inde gaten.

‍

‍

Want to know more?
Find out what we can do for you.
Check out our services
Check out our services
Scroll naar boven