Nieuws

Vijf belangrijke tips voor bedrijven, ontwikkelaars en vastgoedeigenaren om zich voor te bereiden op de omgevingswet

maart 2019
door Martijn van der Hulst

Het duurt nog even voordat de Omgevingswet in werking treedt, maar weet u al wat deze wetswijziging voor uw vastgoed of bouwplan betekent? In deze blog geef ik vijf belangrijke tips om uzelf voor te bereiden op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021 en geef ik vervolgens een toelichting op basis van de instrumenten die de Omgevingswet biedt.

Tips<

  1. Wilt u nu al gebruik maken van soortgelijke mogelijkheden die de Omgevingswet straks biedt, kijk dan eens naar de mogelijkheden die de Crisis- en herstelwet of de coördinatieregeling van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) nu al bieden.
  2. Kunt u gebruik maken van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsbevoegdheid uit de Wro, doe dat dan vóór 1 januari 2021 en zet het gezien de procedure die nog doorlopen moet worden, zo spoedig mogelijk in gang. 
  3. Gaat u nog een project opstarten, denk na op welke wijze u een participatietraject wilt vormgeven en stem dit eventueel af met het bevoegd gezag.
  4. Houd goed in de gaten of uw gemeente voor uw locatie(s) een plan voorbereidt in het kader van de Omgevingswet, zoals een Omgevingsvisie of een Chw Omgevingsplan voor een pilotgebied.
  5. Wilt u versnelling van een procedure afdwingen en besluiteloosheid voorkomen, doorloop nu nog een procedure van 8 weken (met eventuele verlenging van 6 weken) met een ‘vergunning van rechtswege’ als stok achter de deur.

 

Instrumenten en procedures
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaan nieuwe instrumenten. Onderstaand is een vergelijking gemaakt tussen de instrumenten van de Omgevingswet en de huidige instrumenten.

Instrumenten Omgevingswet  Huidige instrumenten
Omgevingsvisie Structuurvisie/beleid
Omgevingsplan Bestemmingsplan
Omgevingswaarden Regels/verordeningen
Omgevingsvergunning

Omgevingsverg., waterverg., verg.
Wet natuurbescherming, Wbr, etc.

Projectbesluit 

Tracébesluit, Projectplan, Inpassingsplan,
Coördinatie, Projectuitvoeringsbesluit

Omgevingsvergunning en watervergunning

In januari jl. is in de Tweede nota van wijziging wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet een goede uitleg gegeven van het overgangsrecht voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouw- en aanlegactiviteiten in relatie tot de planologische voorbescherming. De hoofdregel is dat het oude recht op ‘lopende’ aanvragen om een omgevingsvergunning van toepassing is en blijft tot het besluit op de aanvraag onherroepelijk is. Voor bijzondere gevallen, met name in het geval sprake is van een aanhoudingsplicht, is het belangrijk om dit overgangsrecht goed te beoordelen. 

Een groot voordeel is dat door het samenvoegen van verschillende vergunningenstelsels sprake is van een integrale benadering. Hoewel het streven was om uit te komen op “1 vergunning, 1 bevoegd gezag,” is voor wateractiviteiten uiteindelijk gekozen voor een aparte vergunning met een eigen bevoegd gezag.

Bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen

Bestemmingsplannen worden op basis van artikel 21.1, juncto 4.6, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege omgevingsplannen. In artikel 22.4 Invoeringswet Omgevingswet is bepaald dat het tijdelijk deel van het omgevingsplan bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip zal gaan vervallen. Naar verwachting is dat binnen een periode van 10 jaar. 

De Omgevingswet gaat uit van flexibele mogelijkheden die bestemmingsplannen niet kennen. De systematiek van de Omgevingswet en de gedachte van de Omgevingswet is lastig toe te passen bij bestemmingsplannen die van rechtswege Omgevingsplannen worden. In de huidige systematiek van ruimtelijke ordening is het mogelijk om bij vaststelling van een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsbevoegdheid daarin op te nemen. Deze bevoegdheden worden niet overgenomen in de Omgevingswet. Wel biedt artikel 2.8 van de Omgevingswet een delegatiebevoegdheid, waardoor de gemeenteraad bevoegdheden kan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Het bijzondere is alleen dat het overgangsrecht geen specifieke bepalingen heeft opgenomen met betrekking tot wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsbevoegdheden. Wél is geregeld dat wijzigingsplannen een deel van het omgevingsplan worden en dat het oude recht van toepassing blijft als een ontwerp ter inzage is gelegd. Het nieuwe stelsel biedt géén overgangsrecht voor het behouden van de wijzings- en uitwerkingsbevoegdheden.

Projectbesluit

De term ‘projectbesluit’ werd tussen 1 juli 2008 (inwerkingtreding nieuwe Wro) en 1 oktober 2010 (inwerkingtreding Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) gebruikt als overgang tussen de artikel 19 WRO-procedure en de omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. De nieuwe term ‘projectbesluit’ in de Omgevingswet regelt niet alleen planologische toestemming, maar heeft als doel om alle toestemmingen voor een project op een integrale en gecoördineerde wijze te regelen. 

Ik ben bang dat dit mooie nieuwe middel voor een integrale aanpak maar weinig gebruikt gaat worden, net als nu het geval is bij de huidige mogelijkheid tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit op basis van de Crisis- en herstelwet. Het projectbesluit zal met name gebruikt worden bij procedures voor de aanleg van wegen. Bij tracébesluiten en inpassingsbesluiten voor de aanleg van wegen is het namelijk al gebruikelijk om met een dergelijk integraal besluit te werken. 

Participatie

Recent is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een informatieblad uitgegeven over Participatie in de Omgevingswet. Voor bedrijven, ontwikkelaars en vastgoedeigenaren is het voornamelijk van belang dat op basis van artikel 16.55, lid 6 van de Omgevingswet (met verwijzing naar de Omgevingsregeling) bij een omgevingsvergunningaanvraag de initiatiefnemer moet aangeven of en zo ja, hoe hij aan participatie heeft gedaan. Er is niet bepaald waar een participatietraject aan moet voldoen, dit betreft maatwerk. Dit brengt echter ook onzekerheid met zich mee. Nog niet duidelijk is namelijk aan welke eisen een participatieproject moet voldoen om de toets van een gemeente of van een bestuursrechter ongeschonden te doorstaan. Het is in elk geval van belang om vooraf goed na te denken hoe u dit participatietraject wil aanpakken en stem dit eventueel af met het bevoegd gezag. 

Tot slot

Voor velen wijzigt na invoering van de Omgevingswet weinig, maar voor bedrijven, ontwikkelaars en vastgoedbeleggers die van plan zijn om te ontwikkelen of gebruik willen maken van flexibele mogelijkheden in het bestemmingsplan, is het verstandig om nu wél al rekening te houden met de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Verder is het natuurlijk van belang om in de gaten te houden of voor uw locatie(s) geen omgevingsplan of –visie wordt voorbereid.

Voor meer info: Martijn van der Hulst en Roland Mans van Corten De Geer Advocaten (tel: 020-262 1 242)